Bij Ecosprong zijn we gespecialiseerd in ecologisch onderzoek langs het spoor, waarbij we ons richten op de bescherming van flora en fauna in deze vaak drukbezochte gebieden. Een belangrijk onderdeel van onze dienstverlening is de quickscan flora & fauna. Hierbij onderzoeken we niet of beschermde soorten daadwerkelijk aanwezig zijn, maar kijken we naar de potentie dat deze soorten mogelijk in het gebied voorkomen. Op basis van deze potentie besluiten we of er nader onderzoek nodig is.
Langs het spoor komen vaak soorten voor zoals de rugstreeppad, zandhagedis, hazelworm, heikikker, adder, en verschillende vogelsoorten zoals de veldleeuwerik en grauwe klauwier. Wanneer er tijdens de quickscan aanwijzingen zijn dat deze soorten mogelijk aanwezig zijn, kunnen we gericht vervolgstappen ondernemen om hun leefgebied te beschermen.
Indien een nader onderzoek noodzakelijk is, voeren we dit uit volgens de wettelijke voorschriften en houden we ons strikt aan de gedragscode. Deze gedragscode waarborgt dat onze ecologische werkzaamheden in overeenstemming zijn met de geldende regels en dat natuurwaarden optimaal beschermd worden.
Onze ecologen zijn allen in het bezit van het Digitaal Veiligheidsprogramma (DVP) van RailAlert en bijna allemaal gecertificeerd met VCA-VOL. Hierdoor kunnen wij snel inspelen op uw projectbehoeften en zijn we in staat om, indien nodig, snel op te schalen. Van een quickscan flora & fauna tot een gedetailleerd nader onderzoek, wij ondersteunen u bij elk aspect van uw ecologisch project langs het spoor.
Een quickscan flora en fauna bestaat uit 6 onderdelen.
1. Literatuurstudie
Op basis van verspreidingsgegevens wordt een inschatting gemaakt welke flora en fauna mogelijk in het plangebied kunnen voorkomen. Tevens wordt quickscanhulp.nl gebruikt voor de meest actuele verspreidingsgegevens.
2. Omschrijving van de ingreep
Voor een quickscan flora en fauna is een duidelijke en juiste omschrijving van de ingreep van groot belang. Dit kan namelijk veel invloed hebben op de effectenbeoordeling en de vervolgstappen.
3. Veldbezoek
Zodra duidelijk is welke beschermde soorten in de omgeving van het plangebied voorkomen èn de ingreep duidelijk is, kan het veldbezoek plaatsvinden. Tijdens het veldbezoek wordt gekeken naar de aanwezige gebiedskenmerken. Op basis van deze kenmerken wordt bepaald welke soorten daadwerkelijk in het gebied aanwezig kunnen zijn. Ook wordt gekeken welke functies het gebied voor deze soorten heeft. Voorbeelden hiervan zijn een essentiële vliegroute voor vleermuizen, een verblijfsfunctie voor huismus of voortplantingswater voor heikikker.
4. Effectenbeoordeling
Op basis van de ingreep en het veldbezoek wordt een inschatting gemaakt van de effecten van de ingreep op potentieel aanwezige beschermde soorten, Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland.
5. Toetsing Omgevingwet
De te verwachten effecten op mogelijk aanwezige beschermde soorten worden vervolgens getoetst aan de Omgevingswet. In de quickscan flora en fauna staat omschreven welke artikelen van de Omgevingswet mogelijk overtreden worden. Hierbij wordt tevens aangegeven welke ingreep invloed heeft en welke soorten en functies hierdoor negatief beïnvloed worden.
6. Conclusie en aanbevelingen
De noodzakelijke vervolgstappen worden in de conclusie en aanbevelingen beschreven. Soms zijn er geen vervolgstappen nodig. Vaak is een aanvullend onderzoek noodzakelijk. Door middel van alternatieve werkwijze of maatregelen kan overtreding van de Omgevingswet in sommige gevallen voorkomen worden. Meer informatie over de vervolgstappen vindt je op de pagina Omgevingswet en vergunningen.
Contact
Heb je vragen over ecologisch onderzoek, advies nodig of wil je een vrijblijvende offerte? Vul ons contactformulier in.
Wil je even sparren?
